Voor altijd

marc-chagall-les-amoureux-de-vence-1907961

Op het wonderlijke randje van meisje en vrouw. Lange, donkerblonde haren met een licht weerbarstige krul erin vallen tot ver over haar schouders. Prachtige witte tanden, volle rozerode lippen. Regelmatige trekken. Grote ogen, die stralend de jadegroene kleur van haar zomerkleedje weerspiegelen. Haar naam betekent vreugde en ze is dolverliefd. Op de jongeman die naast haar zit en op haar viool en op haar hond en eigenlijk op de hele wereld.
We babbelen, de zon schijnt, er waait een briesje.

Dan komt de uitbaatster van ‘Nash Bagels’ naar ons tafeltje. Haar blik valt op mijn telefoonhoesje: het ziet eruit als de Israëlische vlag. “Durf je daar mee rond te lopen?” vraagt ze. En al gauw ontspint zich een gesprek over de gebeurtenissen en demonstraties van de afgelopen weken. Over de islamitische vlaggen, over het Allahu Akbar en over het openlijke antisemitisme in Nederland en in Europa. Ze heeft de Joodse symbolen uit haar winkel weggehaald, vertelt ze ons, want ze wil geen problemen. Er zijn al eens dreigementen geuit, maar ze probeert niet bang te zijn.

Als ze onze koffie en bagels gaat halen is het even stil. “Goh, ik wist dat allemaal helemaal niet. Ik heb het nieuws niet zo gevolgd de laatste tijd.” klinkt het dan bedrukt. Onbewust raakt haar hand even aan die van haar geliefde. “Misschien toch maar goed dat mijn vader destijds zijn familienaam heeft veranderd,” gaat ze verder “want nu kan eigenlijk niemand het weten. Mijn kettinkje met het Chai-teken en de Davidsster en nog wat van die bedeltjes heb ik een tijdje geleden maar afgedaan. Ik stond toen ineens in een trein vol met voetbalsupporters, die riepen dat de Joden dood moeten. En ik weet ook wel dat je het niet aan me kunt zien, maar ik was toch bang…”

Ze vertelt dat ze nog nooit in Israël is geweest. Dat haar vader haar wat Hebreeuws heeft geleerd toen ze klein was: eet smakelijk, hoe gaat het, goed, dank je. Dat soort dingen. “En kol beseder of zoiets, maar ik weet niet meer wat dat betekent.”
Dat weet ik dan toevallig weer.

Maar het is helemaal niet kol b’seder, want vanavond verklaarde de burgemeester van alle Hagenezen immers dat er geen morele grenzen zijn overschreden, in zijn stad, afgelopen donderdag. Terwijl er overduidelijk en onverbloemd, in beeld en geluid vastgelegd, is blijk gegeven van Jodenhaat, verkiest de verantwoordelijke bestuurder de andere kant op te kijken en te liegen dat het gedrukt staat. Kunnen Joden zich nu nog beschermd voelen in Den Haag, in Nederland?

 
Zij, die vreugde heet, weet zich vanavond veilig in de armen van haar geliefde.
En morgen en daarna.
Laat het voor altijd zo blijven.

 

Advertenties