Jeruzalem: vijf observaties

Tempelberg, rotskoepel

I
Onderweg naar de markt loop ik kriskras door straten en straatjes. Opeens komen er uit een poort jongens van allerlei leeftijden tussen de twaalf en de zestien naar buiten gerend. Ze zien er netjes uit in hun donkere broek en wit overhemd, met hun kortgeknipte haar en het keppeltje op het hoofd. Geen rugzakken, hoodies of sneakers. Vlak voor mijn neus ontstaat een schermutseling tussen twee jongens uit een groepje van een stuk of zeven van die knullen, waarbij de één de ander een paar rake en agressieve schoppen tegen het bovenbeen verkoopt. “Hee!” schreeuw ik, voordat ik het in de gaten heb. Alsof ik op het schoolplein sta. Ze stuiven uit elkaar en gaan ervan door.
Voordat ik tien minuten later de wijk uit ben, zie ik verschillende keren hoe jongens een woonhuis binnengaan waar de meest heerlijke etensgeuren vandaan komen. Waarschijnlijk gaan ze vanmiddag, na de warme lunch thuis, weer terug naar school?

II
Uit de verte doemt ze op: fel-turquoise wijde wapperende rok tot over de knie met wilde bloemmotieven in groen- en blauwtinten. Turquoise t-shirt met lange mouwen, strak om haar schrale oudere vrouwentorso gespannen. Knalwitte doek op Joodse wijze om haar hoofd geknoopt. Glimmende blauwe steentjes bungelen aan haar oren heen en weer in de zon. En zo loopt ze daar, rustig maar vastberaden, op haar oogverblindend lelijke turquoise croqs in witte kniekousen, richting de Oude Stad. Midden op de lightrail trambaan. En ze rookt erbij, alsof haar leven ervan afhangt.

III
Een Arabische, oudere, veel te zware man in djellaba en met een wit mutsje op zijn hoofd rijdt over de stoep in een high-tech electrisch wagentje. Achterop is op ingenieuze wijze zo’n lelijk witte plastic tuinstoel gebonden. Met heel erg veel touw. Hij heeft er lekker de vaart in als hij aan mij voorbij scheurt. We knikken elkaar vriendelijk glimlachend toe.

IV
Een man van ongeveer vijfendertig loopt met een baby van hooguit twee maanden in een draagzak op zijn buik in de zon. Slippers, bermuda, t-shirt, kortgeknipt donker haar. Naast hem loopt een oudere man met een keppeltje op, grijze baard, een wit overhemd en daaronder een lange donkere broek. Het zou de opa van de baby kunnen zijn. Er huppelt een lichtbeige vuilnisbakkenhond om hen heen. Onaangelijnd. Zo komen ze langs het bankje, waar ik even ben neergestreken in de schaduw van een jonge plataan.
Ik kijk hen na en zie dan dat er bij de jonge vader aan de rechterkant iets boven zijn broeksband en onder zijn t-shirt uitpiept. Het is de holster van een revolver. Is hij op alles voorbereid?

V
Een orthodox-Joodse man in zwart kostuum met lange jas en daaronder een wit overhemd, een baard en een breedgerande zwarte hoed ietwat achter op het hoofd geplant, wacht bellend op zijn mobiel bij het zebrapad. Naast hem staat een vrouw in niqaab. De bronsbruine en zwarte lappen bollen om haar heen in de wind. Ze heeft een buggy vast met veel roze en rood.
Als het licht op groen springt, steken de man en de vrouw over. Samen op het zebrapad, ieder op hun eigen religieuze planeet.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s