Haat en hoop in Israël

050120136738

Afgelopen zondag zijn in Israël zes extremistische jongemannen (sommigen zelfs minderjarig) gearresteerd die ervan verdacht worden de 16-jarige Palestijnse Muhammed Abu Khdeir in de vroege ochtend van 2 juli te hebben ontvoerd en vermoord. Met zijn zessen tegen één. Ze sleurden hem eerst een auto in, reden met hem naar een bos, rosten hem af en staken hem daarna in brand. Terwijl hij nog leefde.
Hoe kom je zo ver dat je zoiets bedenkt? Dat je zoiets uitvoert? Zoiets wreeds en afschuwelijks. Met zijn zessen. En dat niemand dan ‘wakker’ wordt en zegt: “Ho, dit is niet ok.”. Net zo goed als dat het niet ok is dat Palestijnen drie Joodse jongens een lift aanbieden, ze doodschieten en ze onder wat aarde en stenen in een veld verbergen.
Al die families die treuren om het verlies van hun zonen. Al die woede en wraakgevoelens die worden opgeroepen. Zoveel haat.

Het nieuws van de arrestatie van de zes jongemannen werd bekend gemaakt, terwijl ik in een vliegtuig onderweg naar Israël zat. Naast me een blozend zwangere vrouw. Ergens begin dertig, schatte ik. Kort donkerblond haar, modieus asymmetrisch geknipt met van die anarchistische plukjes. Nauwelijks make-up, alleen een beetje mascara. Witte blouse over haar bollende buikje, een grofgebreid vestje van onbestemde kleur, een gemakkelijk zittende lange dito broek, sneakers. Zij kreeg haar eten veel eerder dan ik, want ze was vegetarisch zag ik op het stickertje. In Nederland zou ze waarschijnlijk Groen Links stemmen, schoot het door mijn hoofd.

Ze had de stewardess om een Hebreeuwse krant gevraagd, want -zo vertelde ze me later- ze was de hele week in Rotterdam geweest voor haar werk. Ze had de vondst van de drie ontvoerde en doodgeschoten Joodse jongens Naftali Fraenkel, Eyal Yifrach en Gil-ad Shaar, de fatale kidnapping van Muhammed Abu Khdeir en de daaropvolgende onlusten dus alleen van een afstand kunnen volgen. Alles gebeurde redelijk dichtbij de plaats waar zij woont, een dorpje in de buurt van Jeruzalem.

Ze noemde Israël verziekt. Door en door racistisch, zowel van Joodse als Palestijnse kant. Toen ze hoorde dat ik naar een vierdaagse conferentie bij Yad Vashem over Holocaustonderwijs ging, verzuchtte ze: ”Ik zou willen dat we onze lessen geleerd zouden hebben: alles wat te maken heeft met je medemens als de ander beschouwen is gevaarlijk en kan desastreuze gevolgen hebben. Maar mensen in Israël trekken geen conclusies. En onder het mom van de verdediging en de veiligheid van het land en haar inwoners worden de grofste schendingen van mensenrechten begaan. Er is geen gelijkheid. De situatie van de Palestijnen in Oost-Jeruzalem is schrijnend. Er is geen sprake van dat ze dezelfde rechten hebben als Israëli’s. Het is verschrikkelijk.”

De enige manier waarop de situatie nog tot een oplossing kan komen is door een wonder, dacht ze. “Je weet wel, dat heb je in persoonlijke levens ook. Je zit midden in de problemen en weet niet wat te doen. En dan ineens is er een opening, een wonder, waardoor je weer een uitweg ziet. Dat is wat we nodig hebben. Daar wacht ik op.“

Maar wachten is niet het enige dat ze doet, zo bleek later. In het verleden heeft ze dialogen georganiseerd tussen Palestijnen en Joden, zodat er contacten konden ontstaan, die de vijandsbeelden en vooroordelen moesten doorbreken. “Palestijnen en Joden kennen elkaar bijna niet. De meesten leven in hun eigen wereld en hoe kun je dan verwachten dat ze een gemeenschappelijke oplossing gaan zoeken voor het probleem waar ze beiden onder lijden?”

Tegenwoordig werkt ze aan de universiteit. Ze geeft les over communicatie tussen ongelijkwaardige groepen en ze doet onderzoek naar een organisatie waarvan ze de naam niet mag noemen. Dat heeft ze aan de mensen om wie het gaat beloofd. De organisatie bestaat namelijk uit Joden en Palestijnen die gezamenlijk op microniveau werken aan vrede en zodra een dergelijk initiatief bekend raakt, wordt het werk alleen maar nòg moeilijker. Families worden soms verscheurd doordat individuen verschillende posities kiezen in de aanpak van het conflict dat hen allen zo bezighoudt. Dit geldt voor Joden èn Palestijnen.

Toen we geland waren en ik mijn telefoon weer aanzette, kreeg ik via Twitter het bericht binnen dat de Joodse verdachten gearresteerd waren. Ik vertelde het mijn buurvrouw, die me al had voorspeld dat het een wraakactie zou blijken te zijn. We namen hartelijk afscheid van elkaar. Moedig dat ze in Israël blijft leven, terwijl er zoveel gebeurt waar ze het niet mee eens is. Moedig dat ze niet weggaat, maar op haar eigen manier verantwoordelijkheid neemt en haar bijdrage probeert te leveren aan vrede.

Dat heb ik haar gezegd en was vervolgens geschokt door de onontkoombare en onomstotelijke waarheid in haar antwoord: “Als ik ergens anders in de wereld zou leven, zou ik me als Jood constant moeten verantwoorden. Niet alleen voor wie ik ben, maar ook voor de politieke van Israël. Dan is deze uitzichtloze situatie nog beter, want hier ben ik thuis als Jood en ik kan in ieder geval proberen iets te veranderen, in beweging te brengen.”
Met haar zachtglimmende, waterigblauwe ogen recht in de mijne en een hand op haar ongeboren kind.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s