Wilders op school

SweelinckGebouw 365

Wilders weet hoe hij de mensen aan moet pakken. Daags na de gemeenteraadsverkiezingen ging het niet over de tegenvallende resultaten van de PVV, het desastreuze verlies van de PvdA (vier grote steden verloren!) of over de opkomst van D66. Nee, het ging alleen nog maar over Marokkanen en welke er dan wel of niet bedoeld werden, over racisme, over de jaren ’30 en nooit meer, over angst, over wie het altijd al gezegd had en wie niet, et cetera. Wilders kreeg ruimhartig meer dan zijn fifteen minutes of fame, want de kranten, de praatprogramma’s en de social media raakten er niet over uitgeraasd. Voorspelbaarheid kent geen tijd.
Maar op een gegeven moment zag ik een interessante tweet van Anja Vink voorbijkomen: “Wat ik me oprecht afvraag: hoe gaan leraren m/v vandaag in de klas om met de oproep van @geertwilderspvv?”

Varken

Gisteren was het voor mij de eerste lesdag nadat Wilders in een obscure Haagse kroeg zijn omstanders had weten op te zwepen tot het scanderen van het door hem gewenste antwoord: “Minder, minder, minder.” Hoe zouden mijn leerlingen dit nieuws hebben opgevat? Moest ik erover beginnen of was het beter af te wachten en te zien of het wel als urgent werd gevoeld? Misschien was alles donderdag al besproken en was de lucht alweer geklaard? Voor pubers tussen de twaalf en zestien jaar is het leven immers nog vluchtiger dan de politiek.

Maar nee hoor, halverwege het eerste uur op vrijdagmorgen flapt Soufyan er zomaar ineens uit dat zijn vader gaat demonstreren tegen Wilders. Op het Museumplein. Tegen racisme. En Soufyan gaat mee.
“Heel goed, dat je vader dat doet. Demonstreren als je het ergens niet mee eens bent is goed. Laat ze maar horen wat je ergens van vindt.”
“Wilders is een varken,” zegt Soufyan daarop.

“Nounou, een varken,” sputter ik. Ik weet dat mijn moslimleerlingen allemaal weten wat het betekent een varken te zijn: onrein, haram, het laagste van het laagste.
“Ja, als ik dat vind, vind ik dat, juffrouw. Is toch mijn mening? En er is vrijheid van meningsuiting.” Het klinkt triomfantelijk. Hij weet wat zijn rechten zijn, blijkbaar.
“Als je zegt dat Wilders een varken is, vind ik dat meer schelden dan een mening. En schelden doen we hier niet, Soufyan. Vertel me eens: waarom scheld je dan?” Hij heeft moeite om me niet in de rede te vallen.
“Hij heeft gezegd dat alle Marokkanen het land uitmoeten! Dat is toch racistisch?!”
Een paar andere leerlingen van Marokkaanse afkomst knikken en vallen hem bij. De anderen -met roots in onder meer Pakistan, Ghana, Nederland- luisteren voornamelijk. Kleine Mohamed vraagt: “Maar dat kàn toch helemaal niet! Wij zijn toch Hollanders” Hij wipt enthousiast op zijn stoel heen en weer, kijkt me met stralende ogen aan en zegt het nog maar eens: “Ik ben een Hollander!”

Hollander

De woorden komen uit zijn mond met veel meer kracht en overtuiging dan ik ooit op zou kunnen brengen.
“Ik niet,” gaat Soufyan er tegenin, “Ik ben een Marokkaan. Het zit in mijn bloed.” In het najaar wordt hij dertien.
“Wat een onzin,” roept Mohamed. ”Je bent hier geboren. Je gaat hier naar school. Je gaat hier leven. Je bent een Hollander. Klaar.”
“Ik kan er niks aan doen: zo voel ik het. Ik ben een Marokkaan,” herhaalt Soufyan. Vasthoudendheid is hem niet vreemd.
Mohamed kijkt me een beetje hulpzoekend aan.
“Tja,” zeg ik. Ik kan er ook niks aan doen, net zomin als hij.

En dan leg ik ze uit hoe het zit met de verkiezingen en waarom Wilders alleen maar in Den Haag en Almere heeft meegedaan en in al die meer dan honderd andere gemeentes niet. (Dan zie ik even wat verbazing op een paar gezichten: wisten ze dus niet.) En dat de PVV nergens zal gaan besturen, omdat de PVV dat niet wil en niet kan. Wilders heeft simpelweg geen macht om Marokkanen weg te sturen.
“Dus hij kan wel zeggen dat hij het gaat regelen, maar dat is bluf. Hij kàn het niet regelen,” sluit ik af.
Ze kijken me aan. Het is stil en heel rustig. Soufyan meldt nog even dat zijn ouders en zijn hele familie op D66 hebben gestemd. “Wij hebben dus gewonnen, juf!”
“Jullie hebben zeker gewonnen. D66 is de grootste partij in Amsterdam geworden en op nog veel meer plaatsen in Nederland.”
We praten nog even over moeilijke achternamen die je vaak moet spellen en dan gaan we weer verder met de les.

Liefde

Later op de dag heb ik een blokuur met een derde klas: leerlingen van vijftien en zestien jaar oud. Tijdens het uitdelen van kranten, zodat ze een artikel uit kunnen kiezen, vraag ik of iemand nog wil lezen over wat Wilders nou precies gezegd heeft. “Weten we al: alle Marokkanen het land uit. Boeien!” roept iemand.

“Ja,” zeg ik tegen Anass, “weet je, dat ik meteen aan jou moest denken toen ik hoorde dat hij dat gezegd had?” Anass zit helemaal vooraan, maar ik zorg ervoor dat mijn stem door het hele lokaal klinkt. Ik kijk hem vrolijk aan, terwijl er wordt gelachen in de klas, hier en daar zelfs een beetje gejoeld. Een tikkeltje uitbundig, maar niet kwaad bedoeld. Dit is best spannend, want Anass kan de dingen soms helemaal verkeerd opvatten en is daarbij snel boos en reuze koppig. Maar ik heb daar vaak met hem over gepraat en het gaat al een stuk beter dan in het begin.

Ai, toch betrekt zijn gezicht nu. Zijn blik wordt donker en richt zich naar beneden. “Anass, kijk nou even naar me. Je weet toch hoe ik dat bedoel? Kom op, kijk me nou even aan,” probeer ik hem over te halen. Na een paar lange seconden gaat zijn koppie toch omhoog. En zodra hij mijn gezicht leest, draait hij zich met triomfantelijk in de lucht gestrekte armen om naar zijn klasgenoten en roept opgetogen: “De juffrouw houdt van mij!” Ik ga verder met het uitdelen van de kranten en even later wordt er hard gewerkt aan het doorgronden van het verschil tussen de hoofdgedachte van een tekst en het tekstdoel.

Advertenties