Voorjaarsvakantie

des tulipesHet is voorjaarsvakantie. Ik heb pijn in mijn nek, donkere kringen onder mijn ogen, een grauwe waas over mijn gezicht en als ik eenmaal op de bank zit en de televisie aanzet, kom ik niet meer overeind. Nauwelijks energie om te zappen, laat staan een discussie of een plotlijn te volgen. Als ik tegen mezelf zeg dat het beter is om naar bed te gaan, ontbreekt me de kracht om te doen wat het meest verstandig is.
Leerlingen en lessituaties bevolken mijn hoofd, stukjes vergadering dwarrelen daar doorheen en soms plopt er een vergeten lijstje met to do-dingen op. De komende dagen moet dat hoofd eerst maar eens leeg, want het is niet gezond als je jezelf de meest grote onzinwoorden (landplichtambtenaar…?) uit hoort kramen, terwijl je een op zich zeer intelligente en ook belangrijke gedachtengang probeert over te brengen.

Komt allemaal goed, maar de mensen die zeggen “o, lekker veel vakantie” als je vertelt dat je in het onderwijs werkt, weten niet waar ze het over hebben. Zonder die vakanties was er nog veel meer lesuitval door zieke docenten en waren de vacatures helemaal niet meer te overzien. Het is zwaar werk. Het is topsport. Maar het is ook heel mooi.

Vandaag had ik naar de laatste Engelse les the Queen and the Soldier van Suzanne Vega meegenomen: de muziek en de tekst. Bij wijze van leerzaam spelletje had ik de meeste werkwoordsvormen weggelakt en die moesten de leerlingen proberen te achterhalen door een paar keer goed naar het lied te luisteren. Ik dacht dat het wel wat voor ze was: een sprookje over een jonge arrogante koningin en een soldaat die niet meer naar het slagveld wil. Hij zegt onder andere dat hij wil leven als een eerlijk man, die krijgt wat hij verdient en geeft wat hij kan “and to love a young woman who I don’t understand, your highness, your ways are very strange.” De koningin verdraagt het niet, de liefde doet haar pijn en ze laat de soldaat wegvoeren en ter dood brengen, terwijl de oorlog voortduurt.

Ze wilden het wel drie keer horen, totdat ze alle woorden hadden gevonden. Dertig pubers met de hoofden in opperste concentratie over het papier gebogen, schrijvend, sommigen met het puntje van hun tong tussen de lippen. Vervolgens werd de hele tekst voorgelezen, elk couplet door een andere leerling, zodat we uiteindelijk allemaal dezelfde correcte tekst hadden. Toen riep de stoerste jongen van de klas, terwijl de pauze eigenlijk al begonnen was: “Ah, nog één keer, juf! En dan zingen we met z’n allen mee met Suzanne.”
En zo is het gegaan. Het was prachtig om al die stemmen te horen samenvloeien in een tekst die mij al meer dan twintig jaar zo dierbaar is. Sommige jongens bassen al een beetje, een paar meisjes klonken er zo klaar als een klokje bovenuit. Ze zongen allemaal en ik zong met ze mee. In Amsterdam, op een vrijdagmorgen, iets na twaalven. De laatste les voor de voorjaarsvakantie. Pijn in mijn nek, maar ook rillingen van ontroering over mijn rug.

P.S. Alweer acht jaar geleden, maar het blijft een mooie herinnering…

Advertenties