Een Man

Raven 1998
Ik loop zachtjes zijn kamer binnen. Er hangt een zoete slaapgeur in het donker. Hij draait zich om in zijn bed en zucht diep. Als ik hem in mijn armen neem, vlijt hij zich dicht tegen mij aan: hij hoort nog steeds bij mij. Met mijn neus in zijn haren en mijn lippen op zijn wangen geniet ik met volle teugen. Voor mij hoeft hij niet onmiddellijk wakker te worden. Eerst even dit. Mijn ventje. Zo lief.

Toen de weeën zo’n zes jaar geleden op gang kwamen, zag ik het beeld van mezelf als oudere vrouw, lopend op een zonnig plein aan de arm van een lange, knappe jongeman. We spraken niet met elkaar, we liepen daar alleen maar in een liefdevolle stilte.
De bevalling was zwaar, maar ik herinner me hoe ik, tussen de golven van pijn door, euforisch heb gelachen. Bij de eerste blik op mijn pasgeboren zoon voelde ik een explosie van licht in mijn borst, zo ongeveer waar mijn hart zit. Hij huilde, totdat ze hem bij me brachten en ik iets tegen hem zei.

Als product van de tweede feministische golf heb ik me vaak afgevraagd hoe je een jongetje opvoedt tot een vrouwvriendelijke man. Ik zorgde ervoor dat hij net zo’n lieve zachte pop kreeg als zijn oudere zus en leerde hem hoe heerlijk je pannenkoeken kan bakken op het kinderfornuisje. Daar heb ik allemaal aandacht aan besteed.
Het was dan ook bijna schokkend om te zien hoe hij -nauwelijks in staat om te lopen- naast zijn vader ging staan en feilloos imiteerde hoe deze op nonchalante wijze tegen de muur leunde. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Om van die Y-chromosomen nog maar te zwijgen…

Ik kus en streel hem net zolang totdat hij in beweging komt. Hij moet nog even plassen en ik zet hem met zijn voeten (het lijkt nog niet eens zolang geleden, dat ze in mijn mond pasten) op de vloer. Met de ogen gesloten staat hij heen en weer zwiepend voor me. Hij valt net niet om, want ik vang hem op met gespreide armen. Zo lekker zacht en warm. Onzin pratend duw ik hem voor me uit naar de wc. Hij gaat zitten, slaapt gewoon door. Met zijn blonde haar en blozende wangen is hij net een engeltje. Knikkebollend reageert hij op mijn aanmoedigende geluiden en plast.
“Word jij nou later een grote sterke man?” vraag ik mezelf hardop af, een beetje giechelend.
Plotseling spert hij zijn ogen wijd open, kijkt me recht aan en zegt heel resoluut, zelfs gretig: “Ja!”.

Ik vind hem de allerliefste jongen van de hele wereld. Mij noemt hij de allerliefste moeder van alle heelallen. Ooit zal hij voor een ander de allerliefste man op aarde zijn.

(Zo’n vijftien jaar geleden was dit een alledaags terugkerend tafereel in mijn leven: waar blijft de tijd?)

Advertenties

2 gedachtes over “Een Man

  1. Wat een heerlijk en herkenbaar stukje. Tijd vliegt inderdaad, hoe cliché het ook mag lijken: soms zijn er van die momenten dat je je daar bewust van wordt. En dat is maar goed ook.

    (Door alle toestanden van de afgelopen maanden heb ik weinig blogs bij kunnen houden qua lezen. Vandaar dat ik nu pas reageer, maar beter laat dan nooit 😉 )

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s