Slachtfeest

offerfeest-nederland-islamitische-feestdag

Morgen is het de eerste dag van het Offerfeest/Slachtfeest. De Turkse moslims wisten dat al lang van tevoren, want zij bepalen de datum met de kalender. De Marokkanen doen het op een andere manier: zij volgen de Saudi’s en die kijken weer naar de maan. Daarom vieren ze het niet altijd synchroon. In 2013 wel.
Vijf jaar geleden schreef ik het volgende verhaal op.

Het Slachtfeest is één van de belangrijkste islamitische feesten en duurt zo’n drie dagen. Gisteren hebben de leerlingen er één dag vrij voor gekregen. De docenten niet. Wij kregen een studiedag aangeboden, waarbij onze moslimcollega’s waren geëxcuseerd, zodat ze ook feest konden vieren. Ik was eigenlijk heel graag samen met leerlingen en collega’s naar de moskee gegaan, maar die gedachte houd ik vast voor volgend jaar. Als nieuwkomer moet je ook niet al te snel van de gebaande paden af willen wijken.

Vanochtend is een flink aantal kinderen afwezig. Waarschijnlijk te moe om aan te treden of ziek gemeld door ouders, die het feest net even belangrijker vinden dan school. Ik geef een blokuur Nederlands aan een eerste klas en begin met te vragen wie er naar de moskee is geweest gisteren. Bijna allemaal. Sommigen moesten buiten bidden, omdat het binnen zo druk was.
“Na het bidden ben ik naar huis gegaan. De imam ging nog wel wat vertellen, maar da’s in het Arabisch en dat snap ik toch niet,” vertelt Nadir.
Dan vraag ik waar het Slachtfeest over gáát.
Leerlingen vertellen wat over gezelligheid, familie, het kopen/slachten van een schaap en dat delen met buren en arme mensen.

“Maar wat betekent het feest? Welk verhaal in de Koran heeft er mee te maken?” dring ik aan.
De leerlingen kijken een beetje lacherig naar elkaar: ze weten het eigenlijk niet.
“Hoe zit dat met dat schaap? Denk eens na…” probeer ik ze op gang te krijgen.
“O ja!” roept Anass door de klas en schiet rechtop in zijn stoel. De anderen draaien zich verwachtingsvol in zijn richting.
“Er was een vader die zijn zoon moest slachten van Allah… Ibrahim: zo heette hij!” Hij kijkt triomfantelijk in het rond. Het begint bij meerdere leerlingen langzaam te dagen.
“En verder? Hoe heette de zoon?”
Anass haalt zijn schouders op, maar de vinger van Youssra schiet de lucht in, terwijl ze roept: “Ismael! En er was iets met het mes… het mes deed het niet. Wel op een steen, maar niet op de keel van Ismael!” Er wordt geknikt en gemompeld in de klas, maar al met al heeft het nog heel wat voeten in aarde, voordat we het verhaal compleet hebben. Toen Ibrahim wilde doen wat Allah hem op had gedragen, hoefde het niet meer en mocht hij in plaats van Ismael een schaap slachten: hij had bewezen dat hij gehoorzaam was.

Daarna praten we nog over de dode schapen, want ik wil zo precies mogelijk weten hoe dat gaat. Nou, die worden gekocht door de vaders en vervolgens op het balkon gelegd, met een wit lakentje eroverheen tegen de boze geesten. Op gezette tijden wordt het schaap naar binnen gehaald, zodat de moeder er bruikbare stukken vanaf kan snijden, die vervolgens worden gebraden of uitgedeeld.
“En dan ligt er allemaal schapenbloed in de gang, juffrouw en dat moet ìk schoonmaken van mijn moeder. Da’s toch niet eerlijk?!” Oumaima’s stem schiet de hoogte in, terwijl ze rilt van afschuw.

Advertenties