Kritiek op besnijdenis is armetierig

Brit milahGisteren gepubliceerd in de papieren Volkskrant op blz. 34. Nu hier te lezen.
Ook overgenomen door Republiek Allochtonië.

De beschikking van een Duitse rechter dat besnijdenis een vorm van kindermishandeling is, heeft de discussie hier in Nederland op voorspelbare wijze doen ontbranden: er zijn al verscheidene artikelen verschenen die een verbod op besnijdenis van jongetjes in ons land bepleiten.

Waarom voorspelbaar? Omdat de aanval op de rituele slacht vorig jaar al één van de vele stappen was op weg naar een samenleving waarin voor religie nog slechts een gemarginaliseerde rol is weggelegd. Gelovigen, met hun ouderwetse rituelen en tradities, zien wij als barbaren. Wij daarentegen zijn moderne, weldenkende mensen, die vanuit onze eigen vrije wil handelen. Wij maken ons eigen leven, daar hebben wij geen god voor nodig. In een dergelijk concept is het uit den boze dat er een Hogere Macht of een collectief zou zijn waaraan je jezelf als individu ondergeschikt of dienstbaar zou maken: dat is iets voor slaven, niks voor ons. Laat staan dat je daar een offer voor zou brengen.

De argumentatie voor een verbod op jongensbesnijdenis is veelal armetierig. Zo wordt naar voren gebracht dat een kind onnodig pijn wordt gedaan en dus is het mishandeling, die moet worden tegengegaan. Voor iemand zoals ik, die van zeer dichtbij heeft meegemaakt wat de invloed op een kind is van stelselmatige ‘pedagogische tikken’, is dit de wereld op zijn kop.

Mannen zouden op latere leeftijd moeten kunnen beslissen of ze zoiets onomkeerbaars als een besnijdenis willen ondergaan. Maar hoe zit het dan met al dan niet vaccineren tegen ziekten of de oorlelletjes doorsteken? Dat zijn ook onomkeerbare ingrepen in het fysiek van een kind. En wat doen we met de ‘onzichtbare’ invloeden die ouders nu eenmaal op hun kinderen hebben? Schoolkeuze, een vegetarisch dieet, drie keer naar de kerk op zondag, plastic speelgoed, twee ouders van hetzelfde geslacht, computergebruik? Wie gaat hoe bepalen in welke mate dat allemaal schadelijk of bevorderlijk is voor de ontwikkeling van een kind? Toch niet de staat, mag ik hopen. Of de meerderheid? Wetenschappers? O, gruwel.

Er zijn er die in de strijd werpen dat als God zou willen dat piemels geen voorhuid zouden hebben, Hij daar in zijn grootsheid zelf wel voor had gezorgd. Welk een naïef godsbeeld gaat hierachter schuil. Het lijkt erg op: ‘Ik geloof niet in God, anders was er niet zoveel ellende op de wereld.’ Bovendien: mogen gelovigen misschien zélf bepalen in welke god ze geloven en wat die voor bedoelingen heeft?

Het meest verwerpelijke vind ik nog dat flink wat voorstanders van een verbod op jongensbesnijdenis het weghalen van de voorhuid gelijk stellen met vrouwenbesnijdenis, waarbij de schaamlippen en clitoris van een vrouw zodanig worden toegetakeld dat zij haar leven lang elk seksueel genot moet ontberen. Bij de ergste vorm ervan ervaart zij bovendien veel pijn en gezondheidsproblemen, onder andere tijdens menstruatie, conceptie en bevalling. Dat is ook precies de bedoeling van vrouwenbesnijdenis. Het is een bijzonder ernstige vorm van vrouwenonderdrukking en -mishandeling. Daarom is het verboden en gelukkig niet alleen in Nederland, maar zelfs in een land als Egypte.

Godsdienst hoort in Nederland achter de voordeur en niet in het openbare leven. Dat kan wat mij betreft niet ver genoeg worden doorgevoerd. Maar als het daarom gaat, zijn er heel wat urgentere zaken om aan te pakken dan het, meestal onder verdoving, weghalen van een stukje voorhuid bij minderjarigen.

De vrijheid van godsdienst en levensovertuiging is destijds als artikel 6 opgenomen in de grondwet, ook om de rechten van ‘ongelovigen’ en ‘andersgelovigen’ te beschermen, juist omdat ze toen nog in de minderheid waren. Het is bitter dat degenen die geen godsdienst aanhangen, nu ze in de meerderheid zijn, diezelfde bescherming niet aan anderen willen bieden.

Het gaat niet aan om groepen mensen rechten die ze eeuwen lang hebben genoten af te nemen, zonder dat daarvoor zeer zwaarwegende argumenten worden aangedragen. Ik heb ze nog niet gehoord. En helaas kan ik het pleiten voor een verbod op de besnijdenis van jongens daarom niet anders interpreteren dan als een vorm van godsdienst bashen.

Advertenties