Dronken in de Melkweg

(Voor het contrast een verhaal over een schoolfeest op een andere school waar ik gewerkt heb. Dit speelt in september 2006)
“Juf, je moet even meekomen! Het gaat helemaal niet goed met Sanne. Ze ligt op de grond en kan niet meer overeind komen!”
Ik stond bij de deur van de Melkweg, want daar werd gisteravond het schoolfeest gehouden. Altijd spannend. De leerlingen kijken er maandenlang naar uit, vooral de 3e-klassers, want die mogen dan voor het eerst komen. Voor leerkrachten is het ook een speciale avond, want wij hebben de verantwoordelijkheid over zo’n 400 pubers waarvan de hormonen zó heftig opspelen dat ze die alleen maar met alcohol (en andere middelen) de baas denken te kunnen.
Ik volgde Judith, het meisje dat mijn hulp had ingeroepen. Tussen een paar fietsen trof ik de 15-jarige Sanne aan. In een kort rokje met witte netpanties eronder zat ze op de grond tussen de spaghetti die ze die avond blijkbaar gegeten had. Ze had haar benen op een hulpeloze manier onder zich gevouwen. Haar blonde, halflange haren plakten aan elkaar van de kots, haar mascara was uitgelopen, haar ogen schoten verwilderd heen en weer. Ze hield een mobieltje in de buurt van haar oor en huilde: “Mammaaaaa, mammaaaaaaaaaa, waar ben je?” Ik nam de telefoon van haar over en vertelde de moeder wie ik was en dat ze haar dochter maar beter op kon komen halen, omdat ze waarschijnlijk te veel gedronken had.
Vervolgens trok ik Sanne overeind en heb haar samen met Judith naar de ingang gebracht. Sanne kon nauwelijks op haar benen staan, dus dat was nog best een gedoe. We hebben haar op een stoel gehesen, waar Judith zich over haar ontfermde. Sanne had vijf glazen Gold Strike achter elkaar gedronken om vast een beetje in de feeststemming te komen, vertelde Judith. Ondertussen aaide ze haar beste vriendin onophoudelijk over haar rug. Sanne kon niet meer rechtop zitten: ze klapte iedere keer weer dubbel voorover als we haar overeind probeerden te zetten. Kwijl liep in lange draden uit haar mond.
“Schat” zei Judith, “gaat ’t een beetje met je? Even volhouden, hoor, je vader komt er zo aan. Heb je het koud of juist warm? Wil je wat water drinken? Je moet wel wakker blijven, schat. Niet in coma raken ofzo, schat. Het gaat toch wel goed, hè? Moet je nog kotsen, schat?”
Sanne lalde met driedubbele tong: “Ik ga nooit meer drinken. Nooit meer.”
Judith zuchtte tegen mij: “Wat alcohol toch niet met je doet…”
En weer tegen Sanne: “Ooooh schat, denk maar niet aan alle roddels morgen. O, wat een toestand, schat.”
Toen moest ik echt even hardop lachen om de absurde situatie.
Judith reageerde verontwaardigd: “Wat lach je nou? Dit is toch helemaal niet leuk?!!”
“Nee, het is niet leuk, maar ook geen drama. Het is voornamelijk erg dom. Als ze morgen wakker wordt, heeft ze waarschijnlijk verschrikkelijke hoofdpijn en ontzettende dorst. En hopelijk heeft ze dan een belangrijke les geleerd.”
Judith snuifde alleen maar. Ik voelde me oud en zoveel wijzer.
Even later liet Sanne zich door ons op de passagiersstoel van haar vader’s bolide hijsen. De man lachte wat gegeneerd, mompelde: “Tja, typisch Sanne, hè? Daar moeten we morgen maar eens een goed gesprek over voeren” en reed toen met zijn snurkende, laveloze dochter naar huis.

Advertenties