Love rules

DSC04626Collega’s vallen bij bosjes en in sommige klassen zijn wel vijf leerlingen ziek. “Het heerst”, hoor je dan. En ik weet nooit wat er heerst; het zegt me niks. Ik kan me eindeloos laten omhelzen en kussen door snotterige, hoestende, koortsige mensen zonder daar ooit enige last van te hebben. Laatst was er iemand die me geen hand wilde geven, omdat ze iets onder de leden had en me niet wilde besmetten. Ik heb haar hartelijk uitgelachen.
De arrogantie.
Ik krijg het niet van een ander.
Ik krijg het hooguit van mezelf.
Daarom ben ik totaal niet bevreesd voor mijn eigen gezondheid nu Dochter op de bank ligt met een heet voorhoofd, een pijnlijk gezwollen keel en een naar, droog kuchje. Ik vind het heel rottig voor haar dat ze zich zó beroerd voelt, dat ze zelfs niet naar ‘haar’ ziekenhuis wil om daar te werken. Maar ik ben ook gelukkig.
Ik fiets door de regen om verse, biologische sapjes voor haar te kopen en drop en hoestsiroop en keeltabletten. Ik leg drie dekbedden over haar heen omdat ze rilt van de kou en maak dan ook nog een kruik. Vervolgens aai ik haar gloeiende gezicht en kijk van heel dichtbij hoe ze langzaam in zichzelf wegzakt. Aan haar adem ruik ik dat ze behoorlijk ziek is. Arm kind.
Anderhalf jaar lang heb ik niet voor Dochter kunnen zorgen als ze zich zo beroerd voelde en moest ik dat noodgedwongen aan zogenaamde professionals overlaten. Helemaal niet fijn. Dus nu geniet ik met volle teugen en ben ik stiekem een beetje blij dat ‘het’ heerst. Ook al weet ik niet wat ‘het’ is.

Advertenties