St. Maarten

Alweer zes jaar geleden opgetekend…
Ingrid en ik hadden afgesproken om naar Club 11 te gaan op zaterdagmiddag om half drie, de dag van St. Maarten. Aan de voet van het oude TPG-gebouw (tijdelijk onderkomen van het Stedelijk Museum) omhelsden we elkaar weer sinds een maand of twee. “Je ruikt naar Sinterklaas,” zei ze, want ik had net een mandarijntje gegeten. Ingrid is dol op traditionele familiefeesten, maar de verjaardag van de oude man uit Spanje spant de kroon. En hoezeer ze ook oog heeft voor de noden van de gediscrimineerde medemens: Zwarte Piet moet zwart blijven.
Er zijn grenzen.
Met de lift gingen we helemaal naar boven en bewonderden eerst maar eens het uitzicht. We zagen in de verte de gebouwen bij het WTC-station liggen, het Okura en ook de Zuiderkerk. Het IJ glansde in de middagzon, met prachtig dreigende herfstwolken erboven. Op een heldere dag kun je vast tot aan de zee kijken.
Midden in de ruimte staat een grote bar. Daar zijn we gaan zitten en terwijl we praatten en dronken en rookten, werd het buiten langzaam donker en deed de stad haar lichtjes aan. We hadden het over het individualisme in onszelf, onze kinderen, de leerlingen op school en de hele wereld. En of het vroeger nou beter was of alleen maar anders. En dat het antwoord op die vraag ervan afhangt hoe je de toekomst ziet. Hoe mooi zou het zijn als de mensheid opnieuw voor het belang van het geheel kiest. Niet vanuit angst voor hel en verdoemenis of omdat het zo hoort, maar uit eigen vrije keuze en het inzicht dat er geen andere mogelijkheid ìs.
Het is goed filosoferen zo hoog boven alles verheven.
Op weg naar huis zag ik zingende kinderen met lampions, die door hun ouders in kleine optochtjes langs de deuren werden geleid. Allemaal ter ere van St. Maarten, die ooit zijn mantel in tweeën sneed om een arme bedelaar te beschermen tegen de kou.

Advertenties