Als God het wil…

(Nog een bericht uit het verzorgingshuis, herfst 2001)
“Als God het wil, wordt ik in april 98 jaar” zegt ze, zittend in het zonnetje met een gigantische oranje bril op haar neus. Ik steek mijn bewondering niet onder stoelen of banken en ze glundert er helemaal van.
“Ach ja, ik heb wel last van mijn knie en de laatste tijd zijn mijn ogen wat slechter geworden, maar verder heb ik geen gebreken. En als ik dan naar de televisie kijk….de oorlog in Afghanistan met al die bombardementen, zoveel mensen die moeten vluchten en honger lijden. Dat vind ik zo vreselijk! Dan prijs ik mezelf gelukkig. Ik kan hier lekker in de zon zitten en nog een beetje voor mezelf zorgen. En ik ben best tevreden met mijn gezondheid, ondanks dat er wel iets aan schort. Hard werken houdt je gezond! En ik heb van mijn 13e tot mijn 62ste altijd hard gewerkt. Ik had een café-restaurant in de Warmoestraat. Ook in de oorlog. Toen heb ik kinderen in huis genomen. Een joods meisje bij me laten onderduiken. Je doet wat je kan voor je medemens. Zo hoort dat…”
“En is het nou leuk om zo oud te worden?”
“Leuk? Ja, als je maar gezond bent, dan is het leuk.”
“Maar als je zo oud wordt als u, dan vallen er ook steeds meer mensen weg, lijkt me zo.”
“Ik ben al ruim 25 jaar weduwe, maar ik begin er niet meer, hoor, aan een man. Waarom zou ik? Ze wassen hun hemden en onderbroeken maar zelf!”
We grinniken er samen genoeglijk om.
“Ik heb een reiger als vriend, die voer ik elke dag. Ik koop dooie kuikens voor hem in de dierenwinkel en dan wacht ie op me aan het water. Dat is erg leuk. En mijn dochter komt me regelmatig bezoeken.”
“Dus het is goed vol te houden voor u.” zeg ik verheugd, omdat het zo dus blijkbaar ook nog kan.
Dan schiet ze ineens bijna overeind uit haar stoel. “Ik vraag me wèl af waar we met zijn allen naar toe gaan. We gaan onze ondergang tegemoet, als ik dat allemaal zo om me heen zie. Mannen kunnen nu met mannen trouwen, en vrouwen met vrouwen….”
“Dat vindt u moeilijk om te begrijpen?” probeer ik haar wat te temperen, verbaasd over de enorme woede die doorklinkt in haar stem.
“Ik vind het wàlgelijk. Het is te walgelijk voor woorden!!!” Haar ogen priemen door de oranje bril, haar opgeheven wijsvinger beweegt fel heen en weer door de lucht. “Walgelijk!!”
Ik doe er even het zwijgen toe, ben totaal verbluft.
Dan zeg ik maar dat ik weer eens verder moet.
Ze laat zich achterover zakken, wenst me vriendelijk goedemiddag en zwaait me na, als een lief oud omaatje.

Advertenties