Gratis

(Ondertussen in een verzorgingshuis, niet zo ver van u en mij…)
Vanmiddag wordt er bingo gespeeld in het zorgcentrum. In de grote zaal staat een tafel afgeladen met prijzen: stukjes zeep, bonbons en andere snoeperijen, flesjes met dubieuze luchtjes en handdoeken met bijpassende washandjes, verpakt in een cellofaantje met strik. Een computer met digitale display maakt de entourage compleet.
Ik loop heen en weer om mensen naar hun plaats te begeleiden en dan zie ik haar midden in de hal staan. Een fragiele bejaarde dame, gekleed in een jurk met veel blauw erin, de haren mooi gekapt, een handtas om haar arm gehangen. Ze kijkt een beetje verdwaasd voor zich uit.
“Dag mevrouw, gaat u ook naar de bingo?” vraag ik, als ik bij haar ben.
Twee helderblauwe ogen met ontelbare goudgele spikkeltjes hechten zich aan de mijne. Ze heeft een mooi, gerimpeld gezichtje.
“Nee, ik sta hier te wachten.” zegt ze met heldere, maar bescheiden stem.
“Op wie wacht u dan?”
“O, dat weet ik niet, hoor.” Haar glimlach is hartveroverend.
“Wacht er iemand op ù?”
“Ja, mijn moeder; die wacht op mij.” antwoordt ze heel resoluut.
De receptioniste sist me vanachter de balie toe: “De Regenboog.” Ik weet genoeg.
“Gaat u even met mij mee?” vraag ik. Als vanzelfsprekend steekt ze haar arm door de mijne en samen schuifelen we naar de afdeling voor dementerende bejaarden.
Later, als ik in de grote zaal de aanwezigen iets te drinken aanbied, zit ze daar toch aan een tafel tussen lotgenoten.
“Wilt u een kopje thee, mevrouw?” vraag ik haar en ben weer helemaal gefascineerd door die merkwaardig gespikkelde ogen.
“Moet ik daarvoor betalen?” en ze grijpt al naar haar tas.
“Nee hoor,” zeg ik, “het is gratis.”
“Oh, wat fijn!” Ze straalt er helemaal van. Het is inderdaad geweldig.
“Wilt u dan een kopje thee?” vraag ik nog een keer.
“Moet ik daarvoor betalen?”
“Nee, hoor. Dat krijgt u gratis en voor niets. Fijn, hè?”
“Ja, dat is heel fijn!” en ze is er weer helemaal stil van. Haar blik dwaalt van me weg en richt zich op een onpeilbare verte.
“Mevrouw, wilt u een gràtis kopje thee?” probeer ik dan maar. Ze kijkt me nadenkend aan.
“Ja, dat zou ik wel lekker vinden. Dank u vriendelijk.” zegt ze opgewekt. Ze pakt een kop en schotel van de tafel en houdt me die met twee handen voor, zodat ik in kan schenken.

Advertenties