Staking

DSC04613
Vandaag staakt het GVB in Amsterdam. Om 11 uur zijn slechts tien leerlingen bij mij in de les. De overige zeven kunnen of willen niet fietsen, dan wel lopen naar school. Soms uit onwil (welke puber spijbelt niet, met zo’n prachtig excuus voorhanden?), soms omdat het helemaal vanuit Zuid-Oost wel erg ingewikkeld is om naar Amsterdam-West te geraken als de metro’s en bussen niet rijden.
De leerlingen die er wèl zijn hebbben al bedacht hoe we ons lesuur gaan besteden.
“Juf, gaan we Jeugdjournaal kijken? Of die ene film afkijken?”
Ik ben onlangs begonnen aan ‘De ongekroonde koning van Amsterdam-West’: een mooie documentaire over Saïd Bensellam en zijn werk met jongens in de probleemwijk Bos en Lommer. Dezelfde Saïd Bensellam, die tot Amsterdammer van het jaar 2006 is gekozen en een boek heeft geschreven over zijn jeugd. Zelfs jongens die ik normaal gesproken niet aan het lezen kan krijgen, verslinden zijn verhalen waarin ze zoveel herkennen van hun eigen wijk, hun familie en vriendjes, wellicht zichzelf.

Groot is de verontwaardiging als blijkt dat juf heel andere plannen heeft: er gaat hard gewerkt worden, want dit is het laatste lesuur voordat er vrijdag een toets Spelling en Grammatica wordt afgenomen.
“Nee hoor! Dat doen we niet! Die anderen zitten lekker thuis, niks te doen en dan gaan wij ons hier niet uitsloven. Helemaal niet!” Zo roepen ze door elkaar.

Ik blijf rustig staan en zie vanuit mijn ooghoeken hoe Sümeyye heel voorzichtig en geconcentreerd aan de verse Spaanse margrietjes zit te pulken. Zó voorzichtig, dat het eigenlijk strelen is. Sümeyye zit voor in de klas, pal tegen mijn tafel aan, omdat ze niet zo goed hoort. Ze heeft last van haar schildklier, waardoor ze bij tijd en wijle erg moe en humeurig kan zijn. Toen ik haar aan het begin van de les begroette bij de deur, heb ik haar gezegd dat ik een verrassing voor haar had en dat ze maar eens goed moest rondkijken in het lokaal. Ze vindt de zachtroze pioenrozen in de blauwglazen vaas prachtig staan: haar donkere ogen glimmen onder haar zwarte hoofddoek. Maar die kleine dieppaarse bloemetjes…die zijn onder handbereik en daar kan ze dus aanzitten!
Als ze mijn blik voelt, gaat ze schichtig rechtop zitten, bijna schuldbewust. Na mijn knipoog ontspant ze weer. “Mooi hè?!” zeg ik tegen haar zonder geluid te maken. Een kleine glimlach en dan strekt haar hand zich weer uit naar de zachte blaadjes.
Ik richt me opnieuw tot haar onrustige klasgenoten.

“Jullie kunnen nu wel blijven gillen en roepen, maar we gaan werken. Vrijdag hebben jullie een toets en ik wil dat jullie hoge cijfers halen. Dus de opdrachten moeten vandaag af en nagekeken, anders kunnen jullie het niet goed leren. Zo simpel is dat. En als we nou een beetje opschieten met zijn allen, is er misschien nog tijd om het Jeugdjournaal te kijken.”
“Waarom kan het u wat schelen dat wij hoge cijfers halen? Wat maakt het uit?!” roepen een paar volhoudertjes. Weer een hoop opwinding. Maar dan maak ik duidelijk dat ik iets belangrijks te zeggen heb en worden ze rustiger.

Ik vertel ze dat ik op nog veel meer scholen in Amsterdam had kunnen werken, maar dat ik heb gekozen voor hen. Dat ik van een school in Amsterdam Zuid kom waar de meeste kinderen blond haar hebben en blauwe ogen en waar thuis Nederlands gesproken wordt en dat het werken daar eigenlijk gemakkelijker is. Maar dat het mij daar niet om gaat. Dat het juist voor kinderen die thuis Turks of Marokkaans of Surinaams spreken, belangrijk is dat ze goed les krijgen.
“Want waarom zijn jullie ouders naar Nederland gekomen? Waarom hebben ze alles achtergelaten? Zodat jullie een beter leven kunnen hebben dan zij! En dat kan door naar school te gaan en een opleiding te volgen.”
Inmiddels kun je een speld horen vallen in de klas. Een paar leerlingen zitten zelfs met open mond naar mij te luisteren. Ik besluit er nog een schepje bovenop te doen.

“Ik weet dat veel van jullie ouders misschien maar een paar jaar naar school zijn gegaan. Juist zij weten hoe belangrijk onderwijs is, als je iets wil bereiken, als je een goed leven wil hebben!”
“Mijn moeder gaat nog steeds naar school.” Esra fluistert het bijna, terwijl ze een beetje gegeneerd grinnikend het raam uitkijkt.
“En eigenlijk is het dus een grof schandaal als jullie hier geen klap uitvoeren en alleen maar filmpjes willen kijken. Daarom maak ik me druk over jullie cijfers! Ik wil gewoon dat jullie het goed doen en dat je trots kunt zijn op jezelf en je ouders ook.”
Ik zwijg.
“Ja, u hebt ook wel gelijk…” hoor ik achter uit de klas.
Ik kan mijn oren bijna niet geloven, maar onthoud me van een reactie.

Er wordt wat instemmend gemompeld. Als eerste komt Kübra in beweging. Ze pakt haar boek, schrift en pen uit haar tas. Buurman Emre volgt haar goede voorbeeld en uiteindelijk laat zelfs Sümeyye de margrietjes voor wat ze zijn en gaat aan het werk.
Binnen vijf minuten is de hele klas in een weldadige rust ondergedompeld. Af en toe moet ik heus wel iemand aanmanen, maar het is uiteindelijk een zeer productieve les geworden. Met aan het eind tot ieders vreugde nog even wat uitleg over ’t kofschip, waarbij Emre zomaar ineens met een eigen regel komt. Hoe herken je namelijk voltooid deelwoorden? Ze beginnen met het GVB: geloofd, verloofd, beloofd!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s