Tulpen uit Amsterdam

des tulipesIk sta bij de deur om mijn mentorleerlingen te begroeten voor het volgende lesuur. Mijn gedachten zijn bij het verhaal dat ik zojuist heb gehoord over een meisje bij ons op school. Ze zou lid zijn van een bende, betrokken bij drugshandel en ook nog eens een wapen bezitten. Ze is hooguit veertien jaar. Vier keer in de week geef ik haar les. Ik kan het me niet voorstellen…
Mechanisch geef ik iedereen een hand, totdat ik ineenkrimp en het uitgil van de pijn: Turgut heeft me met alle kracht in mijn hand geknepen en mijn knokkels over elkaar heen gerold. Hij is de jongste van de klas, maar erg groot en sterk voor zijn leeftijd. Vanuit een reflex schop ik hem tegen zijn scheenbeen. Niet echt hard, ik heb slappe schoenen aan. Meer om hem af te weren dan te bezeren. En ik ga uit mijn dak.
“Ben je helemaal van de ratten besnuffeld? Hoe haal je het in je hoofd om me zo keihard in mijn hand te knijpen? Wie denk je wel dat je bent? Is er iets mis met jou? Ben je niet goed bij je hoofd ofzo?!”
Hij heeft me al lang losgelaten, pruttelt en protesteert wat, maar als ik hem hoor zeggen dat het een grapje was, is dat alleen maar olie op het vuur.
“Een grapje?! Een grapje?! Vind jij het grappig om iemand pijn te doen? Om iemand zo te grazen te nemen? Ik vind daar helemaal niks grappigs aan! Uit mijn ogen! Ga maar aan de teamleider uitleggen wat er grappig aan is om mij pijn te doen. Misschien dat hij het snapt, maar ik wil daar niks mee te maken hebben. Wegwezen jij!”
Ondertussen zijn de andere leerlingen er bij komen staan. Sensatie, een docent die flipt, altijd leuk: daarvoor komen ze graag het lokaal weer uit.
“U hebt mij toch ook geschopt? Alsof dat wel mag!” Turgut vindt het geen prettig vooruitzicht om naar de teamleider te gaan en bovendien probeert hij zich stoer te houden tegenover de andere leerlingen.
“Ja, hij heeft gelijk, juffrouw. Een docent mag niet schoppen of slaan,” vallen de jongens hem bij, “jullie moeten ons het goede voorbeeld geven.”
“Wat?! Heeft ze hem geschopt? Zomaar doet ze dat!! Ik zou d’r terugpakken!” Meisjesstemmen schieten de hoogte in.
Er ontstaat een tumult van jewelste, want binnen no time staan er zo’n vijftien pubers om me heen die allemaal zin hebben in een relletje.
“Dat was een reflex,” zeg ik daarom luid en duidelijk met een stem die gelukkig alweer wat aan het zakken is en niet meer bibbert. “Jij hebt me ontzettend hard in mijn hand geknepen, Turgut. Niet net doen alsof ik je zomaar ineens een schop ga geven. Hou toch op!”
Ik wijs naar het einde van de gang waar zich het kantoor van de teamleider bevindt.
“Daar ga je nu heen. Ik wil je niet in de les hebben,” voeg ik er eraan toe, terwijl ik hem recht in de ogen kijk.
Vervolgens draai ik me om naar zijn klasgenoten, terwijl ik met mijn ene arm de deur van het lokaal wijd open houd en met de andere een veeggebaar maak richting het schoolbord en verder.
“En jullie allemaal naar binnen, want de les is al lang begonnen. Huppekee, op je plaats en pak je spullen.”
Schoorvoetend zet de groep zich in beweging. Nadat ik uitgelegd heb wat er precies is gebeurd -en ook de aanleiding daarvan- gaan we rustig aan het werk. Ze begrijpen het wel.

Als ik aan het einde van de les iedereen bij de deur weer uitgeleide doe, staat Turgut daar met een bosje tulpen. Zijn schouders zijn wat gebogen, hij laat zijn hoofd een beetje hangen. Verlegen glimlachend kijkt hij me schuin aan. Zijn klasgenoten plagen hem in het voorbijgaan, maar hij geeft geen sjoege. Er is niet veel meer over van zijn stoere machohouding. Ik ga naast hem staan.
“Wat is er Turgut? Heb je me iets te zeggen?”
“Ja, juffrouw. Ik ben naar de teamleider gegaan -want dat moest van u- en ik heb met hem gepraat over wat er was gebeurd. Het was echt een grapje, hoor. U moet me geloven! Ik wilde u geen pijn doen. Maar goed, de teamleider zei dat ik toch mijn excuses aan moest bieden en misschien een…”
Hij zoekt naar het goede woord, kan het niet vinden, haalt dan een papiertje uit zijn zak en vouwt het open om daar iets te lezen.
Ik voel iets vrolijks kriebelen in mijn mondhoeken en achter mijn oogleden.
“… een gebaar moest maken. Ja, een gebaar!” Hij kijkt me aan, stralend van opluchting.
“En toen ben ik naar de winkel gegaan en heb een bos tulpen voor u gekocht. Echte Nederlandse bloemen, juffrouw, om te laten zien dat het me spijt. Vindt u ze mooi?”
Hij reikt me de tulpen en ik neem ze aan.
“Ik vind ze prachtig, Turgut. En ik ben heel blij met dit ‘gebaar’.”
We grinniken allebei.
“Weet u wel hoe duur ze zijn? Net zoveel als een pakje sigaretten!!”
Hij weet dat ik weet dat hij rookt en dat zijn ouders dat niet weten en ook niet te weten mogen komen…
Nadat we het hele gebeuren nog hebben doorgepraat, snapt hij waarom ik hem een schop gegeven heb en dat hij in het vervolg even goed moet kijken of de ander ook in de stemming is voor een grapje. En ik moet beter opletten als ik anderen een hand geef. Als ik er met mijn gedachten echt bij was geweest, had ik Turguts grapje vast en zeker aan zien komen

Advertenties

2 gedachtes over “Tulpen uit Amsterdam

    1. Ja, daar zaten scènes in die me zeer bekend voorkwamen. Ook hoe de reactie van die jonge leraar bepalend was hoe e.e.a. zich ontwikkelde. Tussen drama of deëescalatie loopt vaak maar een zeer dunne scheidslijn…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s