Moeder

Terug in de tijd: november 2008
Vlak voordat de bel gaat, die het einde van de lunchpauze en het begin van een nieuwe les aankondigt, krijg ik een telefoontje van mijn broer. Mijn moeder is plotseling in een ziekenhuis in Eindhoven opgenomen. Blijkbaar is ze erg verzwakt door haar laatste chemokuur, maar het is nog niet te zeggen hoe ernstig de situatie is. Eind september heeft ze de diagnose te horen gekregen: agressieve, ongeneeslijke longkanker. De prognose is een levensduur van hooguit nog een paar maanden tot een half jaar. Alhoewel het geheel me natuurlijk aangrijpt en bezig houdt, heeft het mijn functioneren op school nog niet echt beïnvloed.
Maar nu…het is vrijdagmiddag, de hele school gonst van de onrust vlak voor het begin van het weekend, ik ben moe en bovendien na dit bericht ook ongedurig. Wat is wijsheid: nog even een paar uur lesgeven of nu direct afreizen naar het zuiden, terwijl mijn moeder zich misschien over niet al te lange tijd weer stukken beter voelt? Met mijn broer spreek ik af, dat hij me belt zodra hij meer weet.
Het lijkt alsof de leerlingen aanvoelen dat ik niet zo stevig in mijn schoenen sta.
“Alles goed, juffrouw?” wordt er een beetje balorig geroepen van achter uit de klas.
Eigenlijk willen ze het liefst dat ik “ja hoor” zeg, maar ik weet dat ik er beter aan doe om uit te leggen wat er aan de hand is. Mijn telefoon kan immers elk moment weer gaan en bovendien voel ik me echt heel erg bibberig en anders dan anders.
Dus leg ik uit wat er speelt: mijn moeder, kanker, chemo, ziekenhuis, ongeneeslijk. Eerst is het heel stil, maar dan ontstaat er geroezemoes en wordt me van alles toegeroepen.
“Het is uw moeder; u moet er nu meteen naar toe gaan!”
“Ik zou de hele dag huilen als mijn moeder kanker had!”
“Ze moeten haar opereren en het weghalen!”
“Als mijn moeder doodgaat, wil ik ook sterven, woelah!”
En dan leg ik ze uit dat het voor mij anders is dan voor hen. Ik ben een volwassen vrouw met een eigen leven en gezin: ik heb mijn moeder niet meer echt nodig zoals zij. Ik heb geleerd om zelf verantwoordelijk te zijn over bijvoorbeeld hoe laat ik naar bed ga en dat ik gezonde dingen eet.
Uiteindelijk weet ik ook niet zo goed meer wat ik er nog over moet zeggen en val een beetje stil.
“Zullen we iets moois voor uw moeder maken?” vraagt Ahmet ineens en hij kijkt de klas rond om te kijken wat de andere leerlingen van zijn voorstel vinden. Ahmet is een grote Turkse jongen die bijna altijd zweet omdat hij bij voorkeur een nylon jack draagt en bovendien te lijden heeft van overgewicht. Hij kan het niet laten om met glimmende oogjes op de meest ongelegen momenten dingen door de klas te roepen, zoals “lekker man!” of “wanneer gaan we eens naar de Wallen, juf?”, waardoor de hele klas ontregeld raakt. Vooral omdat ik vaak ook erg moet lachen om zijn rare streken.
Nu is zijn stem zacht en zijn blik ernstig.
“We hebben straks toch Beeldende Vorming, die meester vindt dat vast wel goed.” valt Maryam hem bij en er wordt met instemming gereageerd. De opluchting over dat mijn leerlingen iets kunnen gaan doén is groot.
“Als jullie dat willen, vind ik dat heel erg lief! Echt waar. Maar jullie moeten maar kijken of het lukt en of de meester niet iets heel anders van plan was.”
Ahmet wuift mijn voorbehouden weg.
“Komt goed, juffrouw. Laat dat maar aan mij over.”
We gaan maar eens aan het werk: de boeken en schriften komen op tafel en we kijken een paar oefeningen na met de hele klas. Na een kwartiertje is de stemming als vanouds en moet ik Omar en Karim tot de orde roepen, omdat die al te luidruchtig van mening verschillen over iets. Als de heren zich na mijn reprimande vervolgens gezamenlijk tot mij wenden om te beargumenteren dat zij ‘helemaal niks’ deden, draait Maryam zich geërgerd om en sist hen met een ongekende felheid toe: “Doe effe normaal ja… d’r moeder!!!” Dat laatste met een heftige beweging van haar hoofd in mijn richting.
Ze zijn meteen stil.

Maandagochtend loop ik door de gang. Ahmet komt naar me toe. Hij is iets groter dan ik.
“Hoe gaat het nou met uw moeder, juf Mischke? En hoe gaat het met u?” vraagt hij, terwijl hij zijn hoofd trouwhartig een beetje schuin houdt en zijn linkerhand op mijn rechter schouder legt.
Ik vertel dat mijn moeder nog wel in het ziekenhuis ligt, maar dat het de goede kant op gaat en dat ik samen met mijn kinderen veel bij haar ben geweest in het weekend. Ahmet knikt me begripvol toe en roept richting zijn klasgenoten die een eindje verderop staan te wachten: “Hanan, maak je kluis eens open!”.
Een paar minuten later sta ik met een mapje in mijn handen. Een stuk of tien leerlingen fladderen dicht om me heen. In het mapje zitten hun zelfgemaakte kaarten met teksten en tekeningen voor mijn moeder. Ze willen dat ik ze bekijk en zeg wat ik ervan vind. Op één ervan zie ik een huilend oog, met daaronder een emmer die al aan het overlopen is. Er zijn mooie bloemen, vlinders en heel, heel veel hartjes met groetjes en liefs en beterschap. En ik lees de tekst “Mevrouw Mischke, vergeet het negatieve en let op het positieve!”.
Even staan we zo bij elkaar.
Dan bedank ik ze uit de grond van mijn hart voor al het moois en verzeker ze dat ik ervoor zal zorgen dat mijn moeder de kaarten zo snel mogelijk ontvangt.

Advertenties

6 gedachtes over “Moeder

  1. In aanvulling op mijn voorgaande reactie:
    Veel mensen klagen (ik soms ook) over onze individualistische maatschappij met egocentrische trekjes. De reactie van je klas getuigt van inlevingsvermogen en warmte. Daar is niets egocentrisch of onverschilligs aan. Dát vind ik hoopgevend 🙂 

  2. Wat mooi!! Mijn grootste angst is mijn moeder en vader verliezen. Ze zijn al oud, kruipen langzaam richting de 80. Maar ik wil ze nog houden. Het liefst gaan we met z’n alle tegelijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s