Gedachte in de supermarkt…

Hoe zou dat nou komen? Sta ik in de rij bij de kassa een beetje voor me uit te mijmeren op een lente-achtige manier en plop! daar is ze in mijn hoofd:


Veneranda Nzambazamariya uit Ruanda. Jaren geleden heb ik haar ontmoet. Het moet in 1995 geweest zijn toen ik in New York was om daar te lobbyen bij een Commissie over Vrouwenzaken van de Verenigde Naties. Vrouwen uit het Westen sloten bondjes met vrouwen uit Afrika, Azië en Latijns Amerika om samen van alles voor elkaar te krijgen op het gebied van mensenrechten van vrouwen: economische rechten, politieke rechten, reproductieve rechten en nog veel meer.
Het was altijd hard en lang werken tijdens zulke bijeenkomsten. Er moesten alternatieve teksten voor verdragspassages worden geformuleerd waar zo veel mogelijk organisaties en landen zich in konden vinden. Dat betekende eindeloos veel discussies en vervolgens het nauwkeurig zoeken naar de juiste woorden. Soms ging dat door tot diep in de nacht.
Veneranda maakte veel indruk op mij. Ze was ongeveer van mijn leeftijd, maar leek zo ontzettend veel wijzer. Ze was haar land Ruanda ternauwernood ontvlucht tijdens de genocide van april 1994, waarbij meer dan een miljoen mensen werden afgeslacht. Zij was één van de zeer weinigen van haar familie die het hadden overleefd. En toch was ze zo snel mogelijk weer teruggekeerd naar haar land om te werken aan de wederopbouw. Ze had zo’n lief en zacht gezicht en je kon zo heerlijk met haar lachen. Ik begreep niet hoe ze dat voor elkaar kreeg, na zoveel gruwelijke ellende meegemaakt te hebben. Maar het was geen kwestie van voor elkaar krijgen: zo was ze “gewoon”.
Op een ochtend, na veel te weinig slaap na veel te lang doorwerken en dan-maar-ontspannen-met-alcohol, kwam ik aan in het gebouw van de Verenigde Naties. Daar was een actie gaande: vrouwen uit de hele wereld vormden een levende slinger door de gangen, droegen spandoeken bij zich en riepen “We want peace”.
Ik voelde me verre van fit genoeg om deze softe demonstratie te kunnen appreciëren en was blij om Veneranda ergens op een bankje aan te treffen. Ik plofte naast haar neer en verzuchtte: “I don’t want peace, I want coffee!”
Toen de woorden de wereld al in waren, realiseerde ik me pas tegen wìe ik ze eigenlijk had gezegd en sloeg m’n hand voor mijn mond. Geschrokken keek ik Veneranda aan.
Maar ze lachte giechelend en zei dat er minstens twee personen in mij leefden: de ene was een wijze oude vrouw, de ander een ondeugend meisje van een jaar of acht. Met haar van ernstig plezier glinsterende diepbruine ogen in de mijne, verklaarde ze op beiden evenveel gesteld te zijn.
Als ik het me goed herinner ben ik vervolgens voor ons beiden koffie gaan halen.
Veneranda is in 2000 jammerjammer genoeg verongelukt met een vliegtuig en heeft posthuum een belangrijke onderscheiding gekregen voor haar vredeswerk: de Millennium Peace Prize for Women.
Maar waarom kwam ze nou zo plotseling tevoorschijn uit mijn geheugen, terwijl ik in alle rust stond te wachten totdat ik mijn boodschappen kon betalen?
Misschien omdat ik stond na te denken over het gesprek dat M. en ik gisteravond hadden over misvattingen als het gaat over interculturele communicatie. Het is daarbij helemaal niet zo belangrijk om precies te weten wat iemands religieuze achtergrond is. Waar het om draait is of je je open wilt en kunt stellen voor de ander. Afstemmen. Terwijl Veneranda en ik uit totaal verschillende werelden kwamen, was dat voor ons totaal geen probleem. Omdat we in wederzijds vertrouwen onze overeenkomsten als uitgangspunt namen, konden we elkaar prima verstaan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s