Heimwee

Deze is van alweer wat langer geleden. Het speelt in 2001.
Ik geef Nederlandse conversatieles voor gevorderden aan een groep buitenlandse vrouwen. Ze komen uit Marokko, Turkije, Hongarije, China, Iran, Indonesië en de Kaap Verdische Eilanden. Ik begin de eerste les met iets over mezelf te vertellen en vraag hen daarna hetzelfde te doen. Waar wonen ze, zijn ze getrouwd, hebben ze kinderen, waar zijn ze geboren en wat zijn hun hobbies? Ze vinden het leuk om over zichzelf te praten en ik vlecht er allerlei “leermomenten” tussendoor. We hebben veel plezier om de ui- ei- en eu-klanken, die zo moeilijk zijn voor ongeoefende gezichtsspieren.
Andrea uit Hongarije is aan de beurt. Een jonge vrouw van begin dertig. Ze heeft een zoontje van drieëneenhalf en een Nederlandse echtgenoot. Sinds een jaar woont ze in Amsterdam met haar gezin. Ze houdt ervan om te gaan fietsen in het Amsterdamse Bos.
“Waar woonde je vroeger?” vraag ik haar.
“In Hongarije, op de boerderij van mijn ouders. We woonden daar heel vrij en we hadden beesten… hoe heten ze ook alweer? Geen schapen, maar… Jullie hebben ze ook veel, in Marokko.” zegt ze tegen haar Marokkaanse medeleerlingen.
“Gaaiten!” roepen die als uit één mond.
“Ja, gaaiten.” zegt Andrea. “Ik vind gaaiten zulke mooie beesten. Ik mis de gaaiten.” Ze zegt het heel ernstig en zucht erbij.
“Ga je daarom ook vaak naar het Amsterdamse Bos fietsen? Want daar is een geitenboerderij; wist je dat?” vraag ik.
“Ja, ik ga daar vaak naar toe. Maar dan mis ik mijn eigen gaaiten en mijn ouders en onze boerderaai.”
“Je hebt dus heimwee.” concludeer ik. Ze kijkt me niet-begrijpend aan.
“Heimwee.” herhaal ik en ik kijk vragend de groep rond. Niemand schijnt het woord te kennen. Ik schrijf het op het bord en leg uit dat het letterlijk thuis en pijn betekent en leg daarbij mijn hand op mijn hart. “Je hebt hier pijn om waar je vandaan komt, om je familie en je land: je hebt heimwee.”
Dàt is voor iedereen duidelijk en ze knikken en mompelen. Andrea’s ogen zijn inmiddels volgelopen met tranen, die ze dapper probeert tegen te houden. Maar het lukt niet. Ze verontschuldigt zich voor haar emoties. Ze hoeft geen glaasje water.
Even is het heel stil in het lokaal. Dan zegt een oudere Marokkaanse vrouw zachtjes tegen Andrea: “In het begin is het het ergste. Maar later wordt het minder, hoor. Echt waar.”

Advertenties